‘Denken’ van Hannah Arendt (Boek review)

Afgelopen zomer las ik, bijna in een vlaag van verstandsverbijstering, het boek ‘Denken’ van politiek denker Hannah Arendt. Aangewakkerd door het besef dat er in een gesprek niet alleen gesproken maar ook nagedacht wordt. Er wordt immers tijdens het spreken nagedacht door het individu en door de groep gezamenlijk.

Arendt stelt dat denken traditioneel wordt gezien als een solitair en passief zoeken naar de waarheid. Een waarheid die filosofen najagen, maar die in ons dagelijks leven eigenlijk geen zinnige plek heeft. Zoals in het verhaal over een van de vroegste filosofen Thales van Milete die al nadenkend over hoe de hemellichamen werken, omhoog kijkend, een diepe waterput in wandelde. Denken dient geen praktisch nut als het zich niet toespitst op de concreetheid van ons dagelijks handelen. Dat stelt Arendt.

Zij staat een actief en onderzoekend denken in plaats van een terugtrekkend contemplatief denken voor. Dit lijkt echter een tegenstelling, want is denken niet altijd een soort terugtrekken in een zelf gebouwd bolwerk van overwegingen en overtuigingen?

Mijn overtuiging is dat een actief en onderzoekend denken op enig moment een opening naar buiten vereist, en wellicht veronderstelt. Niet alleen een terugtrekkend eb, maar ook een vloed. Een naar buiten gericht vastpakken, toetsen, loslaten en heroverwegen.

Zo bezien is het de vraag of het onderzoekend denken niet afhankelijk is van spreken. Het gezamenlijk bespreken van iemands overwegingen en overtuigingen biedt namelijk de unieke mogelijkheid om deze grondig te onderzoeken. Geen intern bijschaven en herleggen van bestaande routes, maar de mogelijkheid om in het licht van andere zienswijzen gedachten volledig te herzien, te verstevigen en te laten ontstaan.