Think-shop Omgevingswet

De Omgevingswet komt er aan. Nu al experimenteren provincies, gemeenten en waterschappen met  nieuwe vormen van samenwerking tussen overheid en maatschappij. Hoe zien die er uit? Wat vraagt dat van verschillende partijen? Welke waarden liggen er aan deze samenwerking ten grondslag? En wat moet men doen en laten om gebiedsgerichte opgaven tot een goed einde te brengen?

Eind oktober begeleidde de Werkplaats Publieke Bezinning een Think-shop over werken in de geest van de Omgevingswet. Twee ervaringen uit de gemeente Woerden stonden centraal: een over de binnenstedelijke ontwikkeling en de ander over veiligheid en bodemdaling in het Veenweide gebied.

In de voorgesprekken met gemeente en provincie bleek dat in beide dossiers zich recentelijk geen grote issues hadden voorgedaan die tot ‘handelingsverlegenheid’ hadden geleid. De gemeente en de provincie weten elkaar goed te vinden. Dat betekende voor ons dat een Socratische dialoog – zoals afgesproken met de opdrachtgever – niet de juiste werkvorm was om de essentie van het vraagstuk helder te krijgen. Als alternatief kozen we  voor een organisatie-opstelling.

Een haspel werd in het midden van de zaal geplaatst, dat was het project. Aan alle aanwezigen werd gevraagd om zich in de ruimte op te stellen: wat is jouw plek eigenlijk ten opzichte van het project? Iedere keer is het weer verrassend hoeveel informatie een dergelijke opstelling bevat. In dit geval was het opvallend dat er relatief veel toeschouwers en weinig uitvoerders van het experiment zijn. De uitvoerders hebben daarmee ook de taak om de beleidsomgeving goed te managen. Een van de toeschouwers zei: “Ik heb het gevoel dat de uitvoerders er erg alleen voor staan.” Toen we aan de uitvoerders vroegen wat zij graag aan de opstelling zouden willen veranderen, kwam er veel in beweging. Genoeg voer om verder over van gedachten te wisselen. Wat speelt hier eigenlijk? Wat moeten we doen en laten om van het experiment een succes te maken? Wat is succes? Zijn we het daar over eens?

De Think-shop werd afgesloten met het schrijven van elfjes: een poëtische beschrijving van de essentie van de middag in elf woorden. Daarna volgde er een zeer geanimeerde borrel waar, tot ons plezier, allerlei vervolgafspraken tussen de deelnemers werden gemaakt.

Kwaliteit onder (tijds)druk

GGZ Nederland benaderde ons om tijdens een werkconferentie rond ‘kwaliteit en verantwoorden
nieuwe stijl’ het onderling gesprek te bevorderen, zodat de deelnemers aan de hand van de gegeven
inleidingen stevig aan het denken werden gezet over hun opvattingen en manier van werken. Er
zouden 60 mensen aanschuiven voor een programma van drie uur (inclusief pauze), waarin vijf
presentaties werden gehouden.

Jemig: vijf presentaties in drie uur! En daarin ruimte voor een denkgesprek creëren? We vroegen ons
af of we onder deze omstandigheden wel kwaliteit konden leveren; of we het voor onszelf konden
verantwoorden. Toch namen we de opdracht aan. Want hiertoe zijn wij op aarde: bezinnende
gesprekken vormgeven onder druk van uiteenlopende belangen! Maar hoe moesten we dit varkentje
wassen?

Wij hebben de normale gang van zaken omgedraaid: niet de inleiders met hun deskundigheid
stonden centraal, maar de groep deelnemers die samen en voor zichzelf aan de slag moeten met de
geboden inzichten. Het is hun onderzoek! Zij moeten met een visie en enkele
handelingsperspectieven terug naar hun werkplek gaan.

Voordat de eerste spreker aantrad gaven we daarom de deelnemers dan ook de opdracht om hun
antwoord te formuleren op de vraag : Wat is jouw kijk op ‘kwaliteit en verantwoording nieuwe stijl’?
Ze kregen twee minuten de tijd om dit uit te wisselen met een buurmens, liefst iemand die ze (nog)
niet zo goed kenden. Dat leverde al gelijk een geanimeerd geroezemoes op. Het onderling gesprek
had een aanvang genomen. Aan het eind van de ochtend lieten we ze overigens terugkijken naar
deze eerste formulering met de vraag wat er in hun denken gewijzigd was in de tussentijd.

De inleiders hadden we geïnstrueerd om niet langer dan 20 minuten te spreken en we hielden ze
daar ook strikt aan. Na elke inleiding kregen de deelnemers een korte opdracht voor een gesprek
met een steeds wisselende buurman/vrouw. Deze gesprekjes duurde niet langer dan drie minuten,
waarna we vijf minuten de tijd namen om de opgedane inzichten plenair uit te wisselen en te
bevragen. Het hoge tempo zorgde voor een aangename levendigheid en er kwamen veel
verschillende aspecten boven tafel.

De eerste presentatie betrof een wetenschappelijk onderzoek naar de hoeveelheid
kwaliteitssystemen in de GGZ en de intensiteit van het gebruik daarvan. De vraag aan de deelnemers
was: ‘Wat is het belangrijkste wat je van dit verhaal meeneemt?’ Daarna volgde een inleiding vanuit
de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd over de dilemma’s waar die zich voor geplaatst ziet
(aansluiting en distantie, vertrouwen en wantrouwen). De deelnemers gingen met elkaar in gesprek
over de relatie tussen toezicht en kwaliteit. Na de pauze volgden ‘best practices’: ervaringen met
nieuwe kwaliteitsbevorderende methodieken. Naar aanleiding daarvan tasten de deelnemers
voortdurend af wat zij daarvan vonden en wat daar zelf aan zouden kunnen hebben.

Om de overstap te maken van (samen) denken naar doen brachten wij tegen het eind van de
bijeenkomst de vier Kardinale Deugden in:

• Wijsheid (prudentia): Wat heb je onder ogen te zien? Wat is er eigenlijk aan de hand?
• Moed (fortitudo): Welk ongemak heb je te verdragen of op te zoeken?
• Maat (temperantia): Welk verlangen heb je los te laten? Wat moet je laten?
• Rechtvaardigheid (iustitia): Hoe dien je het geheel? Hoe laat je alle partijen tot hun
recht komen?

We dwongen de deelnemer om daarop hun eigen, persoonlijke antwoorden te formuleren. De
neiging was namelijk groot om dit in algemene termen te beschrijven (“Wij moeten …”. “Er zou eens
minder …” …).

Na afloop waren veel deelnemers opgetogen over de kwaliteit van de inleidingen, de openhartige
onderlinge gesprekken en opbrengst voor hun eigen manier van denken. De meesten hadden drie
uur lang op het puntje van hun stoel gezeten, luisterend naar de inleider of toegewend naar een
nieuwe gesprekspartner.

Wij hadden niet voor mogelijk gehouden dat er met zo weinig tijd zoveel bereikt kon worden.
Geaccepteerde tijdsdruk dwong ons tot aanscherping van onze werkwijze en leverde wel degelijk
kwaliteit op.