Interculturele buurtdialogen bij Welkom in Wageningen

Wageningen biedt plaats aan vluchtelingen. Dit gaat heel goed, maar natuurlijk schuurt het ook
soms. De stichting Welkom in Wageningen gaat in 2018 dialogen tussen statushouders en
buurtbewoners organiseren. De Werkplaats Publieke Bezinning begeleidt deze dialogen. Dit doet zij
samen met twee vluchtelingen die inmiddels al goed geïntegreerd zijn in de Wageningse
samenleving. Deze twee mensen zijn bruggenbouwers en kunnen in de toekomst de buurtdialogen
voortzetten. In dit project werken we aan meer begrip tussen buren, sociale weerbaarheid van de
buurt en het trainen van mensen in dialoogvaardigheden.

‘Denken’ van Hannah Arendt (Boek review)

Afgelopen zomer las ik, bijna in een vlaag van verstandsverbijstering, het boek ‘Denken’ van politiek denker Hannah Arendt. Aangewakkerd door het besef dat er in een gesprek niet alleen gesproken maar ook nagedacht wordt. Er wordt immers tijdens het spreken nagedacht door het individu en door de groep gezamenlijk.

Arendt stelt dat denken traditioneel wordt gezien als een solitair en passief zoeken naar de waarheid. Een waarheid die filosofen najagen, maar die in ons dagelijks leven eigenlijk geen zinnige plek heeft. Zoals in het verhaal over een van de vroegste filosofen Thales van Milete die al nadenkend over hoe de hemellichamen werken, omhoog kijkend, een diepe waterput in wandelde. Denken dient geen praktisch nut als het zich niet toespitst op de concreetheid van ons dagelijks handelen. Dat stelt Arendt.

Zij staat een actief en onderzoekend denken in plaats van een terugtrekkend contemplatief denken voor. Dit lijkt echter een tegenstelling, want is denken niet altijd een soort terugtrekken in een zelf gebouwd bolwerk van overwegingen en overtuigingen?

Mijn overtuiging is dat een actief en onderzoekend denken op enig moment een opening naar buiten vereist, en wellicht veronderstelt. Niet alleen een terugtrekkend eb, maar ook een vloed. Een naar buiten gericht vastpakken, toetsen, loslaten en heroverwegen.

Zo bezien is het de vraag of het onderzoekend denken niet afhankelijk is van spreken. Het gezamenlijk bespreken van iemands overwegingen en overtuigingen biedt namelijk de unieke mogelijkheid om deze grondig te onderzoeken. Geen intern bijschaven en herleggen van bestaande routes, maar de mogelijkheid om in het licht van andere zienswijzen gedachten volledig te herzien, te verstevigen en te laten ontstaan.

Beschouwburg over armoede in Eindhoven

Zoals in het boek ‘Publieke Bezinning’ omschreven staat, is de Beschouwburg een gespreksvorm die tot doel heeft een maatschappelijk gesprek tegelijkertijd te voeren en aan te wakkeren. Het voedt het gesprek binnen de gemeenschap zonder direct de kwestie in de sfeer van oplossing en beleidsvorming te dwingen.

Vorig jaar vond de allereerste Beschouwburg plaats. Het thema luidde: ‘Armoede in Eindhoven’. Hoewel het een geslaagde avond was, waren er geen toeschouwers. Sterker nog, het was een succes vanwege het gebrek aan toeschouwers. In de Beschouwburg wordt het publiek immers gevraagd niet te aanschouwen maar actief mee te denken en zich uit te spreken. Het in Eindhoven aanwezige publiek, zo’n 50 man, werd betrokken zodat de vertoonde verhalen niet onbevraagd in de donkere zaal zouden blijven hangen.

Ook al is Eindhoven een welvarende stad, waar veel innovatieve kracht vanuit gaat, zijn er 12.000 huishoudens die op de grens van armoede leven. Tijdens de Beschouwburg werden de verschillende kanten van dit thema belicht. In drie aktes kwamen drie verschillende verhalen aan bod. Het verhaal van de ambtenaar van de Gemeente Eindhoven – specialist inkomen. Het perspectief van een bijstandsmoeder, en die van een hulpverlener die keukentafelgesprekken voert.

Alle drie zitten ze met de gespreksleider op het podium, en vertellen ze over de dilemma’s die elk van hen kent. Wat voelde je, wat dacht je, wat deed je toen je geconfronteerd werd met dit dilemma? In het daarop volgende gesprek, waarin het publiek meesprak, kwam naar voren dat hulpverlening niet een eenzijdig verlenen van assistentie is. De hulpverlener en de hulpbehoevende staan vaak voor lastige keuzes in het vormgeven van hun relatie met elkaar.

Tussen de bedrijven door zorgden twee acteurs voor een verhelderende opmaat en krachtige theatrale intermezzo’s. Op humorvolle wijze werd er achtergrondinformatie verstrekt, en een omschrijving van Murphy’s Law gaf mooi weer hoe mensen soms op onvoorspelbare wijze in tragische situaties terecht kunnen komen.

De kracht van de Beschouwburg bleek het gezamenlijk onderzoek. Hoe vaak wordt er nog samen nagedacht zonder dat dit eindigt in enkel een inventarisatie van meningen, of in een besluit van hogerhand? Het moeten verplaatsen in de indringende ervaringen van de ander kweekte begrip maar riep ook vragen op. Wanneer stop je als hulpverlener met proberen? Hoe ziet een gezonde relatie tussen inwoner en gemeente er eigenlijk uit?

Uiteindelijk werden alle aanwezigen gevraagd om in een paar zinnen de essentie van de avond te vatten. Dit werd er onder andere geschreven:

‘Waar ligt de grens of het evenwicht tussen autonomie en afhankelijkheid? Hoe verlenen we hulp zonder waardigheid af te nemen?’

‘Armoede slaat terug op persoon en samenleving. Relatie vormgeven is sleutel. Voorbij de regels gaan draagt substantieel bij. Een hulpverlener is ook hulpbehoevend.’

Kortom, laat toeschouwers beschouwen en het gesprek na afloop gaat niet over dat wat men zag, maar over dat wat men daarvan denkt.

Reflectie bij de NVTZ

Erik Boers was betrokken bij het samenstellen van een reflectiegids voor de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorg en Welzijn. Hieronder leest u een deel van de tekst uit deze gids.

Reflectie ontstaat niet vanzelf. Reflectie is een keuze, een bewuste stap terug doen uit de waan van de dag om het eigen handelen tegen het licht te houden. Voorwaarde om dat te kunnen doen is ruimte creëren. Ruimte, waarin toezichthouders tijdelijk hun strategische houding afleggen, afstand nemen van hun vaststaande doelen en loskomen van het denken in problemen en oplossingen.

Alles bevragen, niets voor lief nemen, afstand nemen van ingesleten vergaderpatronen. Denk aan het essay van schrijver Abdelkader Benali, waarin deze verslag doet van zijn eerste vergadering ooit in Nederland. Benali schrijft: “Ik herinner me mijn eerste vergadering nog goed. De energie die ik ’s ochtends nog in ruime mate had, vloeide definitief weg
toen we na agendapunt ‘De Verbouwing’, agendapunt ‘De Verbouwing deel 2’, agendapunt ‘De Afvloeiïngsregeling’ en agendapunt ‘Het Lekke Dak’ we uiteindelijk aankwamen bij het belangrijkste vergaderpunt in de geschiedenis van het besturen: de jaarcijfers”.

Boers vindt het een prachtige passage: ‘Benali beschrijft hoe vastgeroest we in onze vergadercultuur kunnen zitten. Dat geldt ook voor Raden van Toezicht. Wees je bewust van ingesleten denk- en doepatronen. Maak ruimte om weer samen na te denken, en samen goed toezicht te houden.’ Wie ruimte maakt voor reflectie, maakt ruimte om geraakt te worden.

Spreken, wat levert het op?

Een woensdagmiddag georganiseerd door samenwerkingspartner Het Nieuwe Trivium staat in teken van de vragen: wat is nu eigenlijk een goed gesprek, en wat levert dit op? Het begint met ambitie, maar het kan er ook in eindigen.

Het bleek een relevante vraag, het collectieve motto is immers: praten is prima, maar het moet wel wat opleveren. Geen praten om het praten; er moet resultaat zijn. Het liefst in de vorm van wordclouds, inspirerende slogans of beleidskaders. Soms zijn de opbrengsten van een gesprek echter niet zo grijpbaar. Dit betekent echter niet dat er geen opbrengsten zijn. Het betekent dat een gesprek op zichzelf staat en de zin / het nut / de betekenis van een gesprek soms pas ontstaat tijdens of na afloop van een gesprek. Van tevoren de vorm van de uitkomst, of erger nog de inhoud van de uitkomst, sturen of vastzetten doet eigenlijk geen recht aan wat een goed gesprek voorstaat. Namelijk, een vrije ruimte waarin mensen woorden geven aan wat er op dat moment leeft en waar op dat moment woorden aan gegeven moeten worden. Een gesprek moet alle kanten op kunnen, en niet in eerste instantie gegijzeld worden door de oplossing die het per se moet vinden.