Bureaudag: Een brug naar de toekomst

 

“Is dit het moment om in te grijpen of kunnen we nog door? En ben ik degene die de kat de bel aan moet binden?”

Dat vroeg een gemeentelijke ambtenaar Ruimtelijke Ordening zich af toen haar directeur de hoofdaannemer wilde laten opdraaien voor het mislukken van een publieksgevoelig project.

De situatie: de aanleg van een brug, als nieuwe entree naar het centrum, is een ramp. De oude brug was al afgebroken, het ontwerp van de nieuwe brug klopt niet, de bouw vertraagt uitzichtloos, er zijn wegomleidingen en de pers zit op het vinkentouw.

Het cruciale moment: de betrokken directeur, waarmee de betreffende ambtenaar al jarenlang goed samenwerkt als adviseur, vraagt haar – toen hij op het punt stond op vakantie te gaan – om een voorstel aan B&W voor te leggen waarin een spoedprocedure tegen de aannemer wordt gestart. Naar zijn idee kan het hele project alsnog slagen, al is het een dubbeltje op zijn kant. Wanneer zij in de materie duikt, de juridische analyses, de brieven van de aannemer, de projectverslagen etc. bestudeert, ziet zij dat het project een ‘organisatorische puinhoop’ is, dat de aannemer sterk staat en dat de directeur er met huid en haar in zit.

Wat te doen? Een rooskleurig advies aan B&W lijkt misplaatst. Een procedure tegen de aannemer maakt weinig kans. Maar wanneer zij naar boven/buiten toe openheid van zaken zou geven, staat het imago van de gemeente, de positie van directeur, zelfs van de wethouder op het spel. Ook haar eigen positie wordt bedreigd.

Dit dilemma stond centraal tijdens een ochtendsessie van twee uur voor 100 medewerkers van een gemeentelijk projectbureau. Dit projectbureau is snel gegroeid en er bestaan bij medewerkers en opdrachtgevers verschillende beelden van de organisatie. Er werd een ‘bureaudag’ belegd, met als doel samen het gesprek over de toekomst te voeren. Ons was gevraagd om in de ochtend de mensen iets mee te geven van het Socratisch gedachtegoed. De medewerkers hebben namelijk de neiging om stevig in eigen mening te staan en snel conclusies te trekken. Echt samen nadenken valt dan niet mee.

Mede dankzij de zeer herkenbare casus uit eigen kring lukte het goed om, zelfs met zo’n omvangrijke groep en in beperkte tijd, een sfeer van ‘samen onderzoeken’ op te roepen. Men verplaatste zich, onderzocht de eigen gevoelens (verontwaardiging, onzekerheid, teleurstelling), gedachten (Gaat het hier om onkunde of onwil? Bij wie ligt welke verantwoordelijkheid?), handelingen (Een ander het laten opknappen.), onderliggende opvattingen en waarden (Geloofwaardigheid, Rechtvaardigheid, Samenwerking). Men stond anderen toe deze kritisch te toetsen en aan te vullen. Verschillen in beleving en benadering doken op; de complexiteit van de werkelijkheid werd recht gedaan. De eigen mening, de snelle conclusie werd even opgeschort en onder de loep genomen. Die onderzoekende houding werd meegenomen naar de daaropvolgende workshops, om zo samen een brug te slaan naar de eigen toekomst.

Onze bezinnende bijdrage viel in goede aarde bij deze praktijkgerichte professionals. Als vervolg zijn er afspraken gemaakt om komend jaar een viertal Socratische Café’s te organiseren.

 

Door: Erik Boers, Andert Loman

Training Omgevingswet: loslaten, dienen en bewaken

Spreken, denken en werken in de geest van de Omgevingswet.

De Omgevingswet zet aan tot samen denken en samen werken. Dienen in plaats van sturen vraagt om het loslaten van eigen ideeën en plannen, en het je welwillend verplaatsen in die van iemand anders. Niet langer zelf plannen maken, maar plannen van anderen mogelijk maken. En niet langer plannen toetsen, maar initiatieven stimuleren. Dit vraagt een andere basisattitude.

Verschillende afdelingen van provincie, gemeenten en waterschappen hebben eigen doelstellingen. Doelstellingen die niet vanzelfsprekend op de agenda van maatschappelijke partners staan. Overheden bewaken de toekomst, de integraliteit, de eerlijkheid.  Hoe kun je loslaten, dienen én bewaken?

En hoe spreek en denk je hier samen over?

In februari en maart 2019 organiseert de Werkplaats Publieke Bezinning in samenwerking met Het Nieuwe Trivium een training van twee dagdelen ‘spreken, denken en werken in de geest van de Omgevingswet’. Er wordt geoefend met (Socratische) dialoogvaardigheden en met het voeren van gesprekken tussen meerdere partijen. Deelnemers geven zelf inhoudelijk richting aan de training. Ze leren dankzij intensieve, persoonlijke en groepsfeedback effectiever om te gaan met de vraagstukken waar zij in hun werk tegenaan lopen.

Aan het einde van de training heeft u:

  • Kennisgemaakt met gespreksmethodieken en vaardigheden die ruimte creëren om grondige, onderzoekende gesprekken te voeren. Juist in situaties met meerdere partijen en verschillende belangen
  • Nieuwe inzichten opgedaan over vraagstukken omtrent de omgevingswet en deze inzichten gespiegeld aan uw rol als professional
  • De kennis opgedaan tijdens de eerste twee middag, op een voor u relevante manier toegepast in uw praktijk.

De training vindt plaats in februari/maart 2019. Laat het hier weten als u geïnteresseerd bent!

Think-shop Omgevingswet

De Omgevingswet komt er aan. Nu al experimenteren provincies, gemeenten en waterschappen met  nieuwe vormen van samenwerking tussen overheid en maatschappij. Hoe zien die er uit? Wat vraagt dat van verschillende partijen? Welke waarden liggen er aan deze samenwerking ten grondslag? En wat moet men doen en laten om gebiedsgerichte opgaven tot een goed einde te brengen?

Eind oktober begeleidde de Werkplaats Publieke Bezinning een Think-shop over werken in de geest van de Omgevingswet. Twee ervaringen uit de gemeente Woerden stonden centraal: een over de binnenstedelijke ontwikkeling en de ander over veiligheid en bodemdaling in het Veenweide gebied.

In de voorgesprekken met gemeente en provincie bleek dat in beide dossiers zich recentelijk geen grote issues hadden voorgedaan die tot ‘handelingsverlegenheid’ hadden geleid. De gemeente en de provincie weten elkaar goed te vinden. Dat betekende voor ons dat een Socratische dialoog – zoals afgesproken met de opdrachtgever – niet de juiste werkvorm was om de essentie van het vraagstuk helder te krijgen. Als alternatief kozen we  voor een organisatie-opstelling.

Een haspel werd in het midden van de zaal geplaatst, dat was het project. Aan alle aanwezigen werd gevraagd om zich in de ruimte op te stellen: wat is jouw plek eigenlijk ten opzichte van het project? Iedere keer is het weer verrassend hoeveel informatie een dergelijke opstelling bevat. In dit geval was het opvallend dat er relatief veel toeschouwers en weinig uitvoerders van het experiment zijn. De uitvoerders hebben daarmee ook de taak om de beleidsomgeving goed te managen. Een van de toeschouwers zei: “Ik heb het gevoel dat de uitvoerders er erg alleen voor staan.” Toen we aan de uitvoerders vroegen wat zij graag aan de opstelling zouden willen veranderen, kwam er veel in beweging. Genoeg voer om verder over van gedachten te wisselen. Wat speelt hier eigenlijk? Wat moeten we doen en laten om van het experiment een succes te maken? Wat is succes? Zijn we het daar over eens?

De Think-shop werd afgesloten met het schrijven van elfjes: een poëtische beschrijving van de essentie van de middag in elf woorden. Daarna volgde er een zeer geanimeerde borrel waar, tot ons plezier, allerlei vervolgafspraken tussen de deelnemers werden gemaakt.

Kwaliteit onder (tijds)druk

GGZ Nederland benaderde ons om tijdens een werkconferentie rond ‘kwaliteit en verantwoorden
nieuwe stijl’ het onderling gesprek te bevorderen, zodat de deelnemers aan de hand van de gegeven
inleidingen stevig aan het denken werden gezet over hun opvattingen en manier van werken. Er
zouden 60 mensen aanschuiven voor een programma van drie uur (inclusief pauze), waarin vijf
presentaties werden gehouden.

Jemig: vijf presentaties in drie uur! En daarin ruimte voor een denkgesprek creëren? We vroegen ons
af of we onder deze omstandigheden wel kwaliteit konden leveren; of we het voor onszelf konden
verantwoorden. Toch namen we de opdracht aan. Want hiertoe zijn wij op aarde: bezinnende
gesprekken vormgeven onder druk van uiteenlopende belangen! Maar hoe moesten we dit varkentje
wassen?

Wij hebben de normale gang van zaken omgedraaid: niet de inleiders met hun deskundigheid
stonden centraal, maar de groep deelnemers die samen en voor zichzelf aan de slag moeten met de
geboden inzichten. Het is hun onderzoek! Zij moeten met een visie en enkele
handelingsperspectieven terug naar hun werkplek gaan.

Voordat de eerste spreker aantrad gaven we daarom de deelnemers dan ook de opdracht om hun
antwoord te formuleren op de vraag : Wat is jouw kijk op ‘kwaliteit en verantwoording nieuwe stijl’?
Ze kregen twee minuten de tijd om dit uit te wisselen met een buurmens, liefst iemand die ze (nog)
niet zo goed kenden. Dat leverde al gelijk een geanimeerd geroezemoes op. Het onderling gesprek
had een aanvang genomen. Aan het eind van de ochtend lieten we ze overigens terugkijken naar
deze eerste formulering met de vraag wat er in hun denken gewijzigd was in de tussentijd.

De inleiders hadden we geïnstrueerd om niet langer dan 20 minuten te spreken en we hielden ze
daar ook strikt aan. Na elke inleiding kregen de deelnemers een korte opdracht voor een gesprek
met een steeds wisselende buurman/vrouw. Deze gesprekjes duurde niet langer dan drie minuten,
waarna we vijf minuten de tijd namen om de opgedane inzichten plenair uit te wisselen en te
bevragen. Het hoge tempo zorgde voor een aangename levendigheid en er kwamen veel
verschillende aspecten boven tafel.

De eerste presentatie betrof een wetenschappelijk onderzoek naar de hoeveelheid
kwaliteitssystemen in de GGZ en de intensiteit van het gebruik daarvan. De vraag aan de deelnemers
was: ‘Wat is het belangrijkste wat je van dit verhaal meeneemt?’ Daarna volgde een inleiding vanuit
de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd over de dilemma’s waar die zich voor geplaatst ziet
(aansluiting en distantie, vertrouwen en wantrouwen). De deelnemers gingen met elkaar in gesprek
over de relatie tussen toezicht en kwaliteit. Na de pauze volgden ‘best practices’: ervaringen met
nieuwe kwaliteitsbevorderende methodieken. Naar aanleiding daarvan tasten de deelnemers
voortdurend af wat zij daarvan vonden en wat daar zelf aan zouden kunnen hebben.

Om de overstap te maken van (samen) denken naar doen brachten wij tegen het eind van de
bijeenkomst de vier Kardinale Deugden in:

• Wijsheid (prudentia): Wat heb je onder ogen te zien? Wat is er eigenlijk aan de hand?
• Moed (fortitudo): Welk ongemak heb je te verdragen of op te zoeken?
• Maat (temperantia): Welk verlangen heb je los te laten? Wat moet je laten?
• Rechtvaardigheid (iustitia): Hoe dien je het geheel? Hoe laat je alle partijen tot hun
recht komen?

We dwongen de deelnemer om daarop hun eigen, persoonlijke antwoorden te formuleren. De
neiging was namelijk groot om dit in algemene termen te beschrijven (“Wij moeten …”. “Er zou eens
minder …” …).

Na afloop waren veel deelnemers opgetogen over de kwaliteit van de inleidingen, de openhartige
onderlinge gesprekken en opbrengst voor hun eigen manier van denken. De meesten hadden drie
uur lang op het puntje van hun stoel gezeten, luisterend naar de inleider of toegewend naar een
nieuwe gesprekspartner.

Wij hadden niet voor mogelijk gehouden dat er met zo weinig tijd zoveel bereikt kon worden.
Geaccepteerde tijdsdruk dwong ons tot aanscherping van onze werkwijze en leverde wel degelijk
kwaliteit op.

Praktische wijsheid in een overgereguleerde wereld

Praktische wijsheid in een overgereguleerde wereld

een boeksignalement

Erik Boers

Barry Schwartz & Kenneth Sharpe: Practical Wisdom; the right way to do the right thing (Riverhead Books, New York, 2010, 324 pgs.)

“We raken steeds meer teleurgesteld in de instituties waarvan we afhankelijk zijn. Om de toestand te verbeteren grijpen we voortdurend naar dezelfde middelen: ten eerste regels en administratieve procedures om het overzicht te houden en er zeker van te zijn dat mensen doen wat ze moeten doen, ten tweede allerlei prikkels om degenen extra te belonen die de doelstellingen halen en zelfs overschrijden. Stok en wortel. Maar regels en prikkels zijn niet toereikend. Ze laten buiten beschouwing wat Aristoteles ‘praktische wijsheid’ noemde (phronèsis).”

Aan regels heb je niet genoeg om zorgvuldig te handelen als professional: situaties moeten geduid, regels geïnterpreteerd. Vaak moeten regels naar de hand worden gezet. Niet alles kun je namelijk langs een lat leggen. Aristoteles komt met het volgende beeld: iemand die elke beslissing probeert te nemen door zich te beroepen op een vooraf gegeven algemene regel, waar hij strak en onveranderlijk aan vasthoudt, is te vergelijken met een bouwmeester die een onbuigbare duimstok wil hanteren voor de ingewikkelde welvingen van een gecanneleerde zuil. Een goede bouwmeester neemt echter de maat het buigzame loden meetlint ‘dat zich kromt naar het profiel van de steen’. (Ethica Nicomachea VI, 1137b).

De auteurs laten zien hoe regels en prikkels de kwaliteit van onze instituties ondermijnen. In het onderwijs,  bijvoorbeeld, staat doorstroom voorop. De leerkracht dient daarom drie groepen te onderscheiden in de klas: de leerlingen die het nooit leren, de leerlingen die het sowieso wel leren en de groep die het mogelijkerwijs onder de knie kan krijgen. Aandacht dient enkel aan deze laatste groep te worden besteed. En bij de brandweer zijn de richtlijnen bij bosbranden uitgebreid van een basis viertal naar 48 instructies, met als gevolg dat de overlevingskansen van brandweermensen dramatisch daalden.

De auteurs tonen ook hoe regels naar de hand kunnen worden gezet: een ziekenhuisschoonmaker die voor de tweede keer een kamer onder handen neemt om een overbezorgde vader gerust te stellen; een rechter die een minimale hechtenis oplegt, inclusief het recht om buiten de gevangenis te werken, zodat de veroordeelde na afloop zijn maatschappelijk leven weer snel op kan pakken.

“Practical Wisdom” is een zeer toegankelijk boek over het belang van praktische wijsheid in een wereld vol regels en sancties. Aanvullend op het boek kan gemeld worden dat we niet enkel hoeven te hopen op de wilskracht van een enkeling om overregulering het hoofd te bieden. Iedereen kan zichzelf bekwamen in het juist duiden van de situatie en het gepast hanteren van regelgeving. Het voeren van Socratische Gesprekken is bij uitstek de oefening die bijdraagt aan het ontwikkelen van een brede blik, van zorgvuldige oordeelsvorming en van praktische wijsheid.

Overigens: ons woord regel komt van het Latijnse woord ‘regula’: lat, lineaal, richtsnoer. Dat woord is te herleiden tot het werkwoord ‘regere’: richten, leiden, besturen. Die volgorde moeten we niet omdraaien: eerst nadenken waar de regels op gericht zijn, voordat we ze gaan toepassen!

Voor belangstellenden: Barry Schwartz vat de kern samen in een informele TED lezing.

Samen spreken over democratisch experiment

De gemeente Uden in Noord Brabant experimenteert met lokale democratie. Zij organiseerden ruim drie jaar geleden de tweede G1000 in Nederland en startten verschillende nieuwe vormen van samenwerking tussen overheid en samenleving. Nu, in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, worden er lerende evaluaties georganiseerd. Hoe werken die nieuwe vormen van democratie? En wat vraagt het van de raad, de burgers en de ambtenaren?  Welke inzichten wil de zittende raad de nieuwe raad graag meegeven?

De Werkplaats Publieke Bezinning begeleidde één van de evaluaties. Deze ging over zelfbeheer in het wijkcentrum. Twee praktijkervaringen – de eerste vanuit het perspectief van de beheerder en de ander van het perspectief van de gemeente – vormden de basis voor een gezamenlijke dialoog over de vraag ”Wat is essentieel voor goed zelfbeheer?” Aan het gesprek namen 16 mensen van de verschillende betrokken partijen.

De deelnemers hebben de dialoog in deze vorm ervaren als nuttig, zinvol, prima, grondig, openbaring, verhelderend, aangenaam, en boeiend. Maar ook werd gezegd dat de tijd zal leren of een gesprek als dit effect heeft. Eén van de in het oog springende thema’s van het gesprek was elkaars werelden beter kennen. Hierbij gaat het om van elkaar te weten wat essentieel is en welke speelruimte er is. Het gaat erom naast elkaar te gaan staan om het gemeenschappelijke doel te bereiken. Dit vraagt om ontmoetingen buiten de vergaderingen om en om ruimte voor onderzoeksgesprekken in de werkprocessen.

 

Lessen voor de toekomst: wat moeten we doen en laten?

Doen Laten
Elkaar in vroeg stadium informeren en bij het hele proces betrekken Onderhandelen vanuit het idee dat er winnaars en verliezers zijn
Geloof in het concept achter het wijkcentrum Jouw probleem niet met de ander delen
Meer weten van de systeem: hoe werkt de gemeente nu eigenlijk echt? Aannemen dat je weet hoe het bij de ander werkt
Regelmatig bespreken hoe de samenwerking verloopt Te veel willen controleren

 

 

 

Interculturele buurtdialogen bij Welkom in Wageningen

Wageningen biedt plaats aan vluchtelingen. Dit gaat heel goed, maar natuurlijk schuurt het ook
soms. De stichting Welkom in Wageningen gaat in 2018 dialogen tussen statushouders en
buurtbewoners organiseren. De Werkplaats Publieke Bezinning begeleidt deze dialogen. Dit doet zij
samen met twee vluchtelingen die inmiddels al goed geïntegreerd zijn in de Wageningse
samenleving. Deze twee mensen zijn bruggenbouwers en kunnen in de toekomst de buurtdialogen
voortzetten. In dit project werken we aan meer begrip tussen buren, sociale weerbaarheid van de
buurt en het trainen van mensen in dialoogvaardigheden.

‘Denken’ van Hannah Arendt (Boek review)

Afgelopen zomer las ik, bijna in een vlaag van verstandsverbijstering, het boek ‘Denken’ van politiek denker Hannah Arendt. Aangewakkerd door het besef dat er in een gesprek niet alleen gesproken maar ook nagedacht wordt. Er wordt immers tijdens het spreken nagedacht door het individu en door de groep gezamenlijk.

Arendt stelt dat denken traditioneel wordt gezien als een solitair en passief zoeken naar de waarheid. Een waarheid die filosofen najagen, maar die in ons dagelijks leven eigenlijk geen zinnige plek heeft. Zoals in het verhaal over een van de vroegste filosofen Thales van Milete die al nadenkend over hoe de hemellichamen werken, omhoog kijkend, een diepe waterput in wandelde. Denken dient geen praktisch nut als het zich niet toespitst op de concreetheid van ons dagelijks handelen. Dat stelt Arendt.

Zij staat een actief en onderzoekend denken in plaats van een terugtrekkend contemplatief denken voor. Dit lijkt echter een tegenstelling, want is denken niet altijd een soort terugtrekken in een zelf gebouwd bolwerk van overwegingen en overtuigingen?

Mijn overtuiging is dat een actief en onderzoekend denken op enig moment een opening naar buiten vereist, en wellicht veronderstelt. Niet alleen een terugtrekkend eb, maar ook een vloed. Een naar buiten gericht vastpakken, toetsen, loslaten en heroverwegen.

Zo bezien is het de vraag of het onderzoekend denken niet afhankelijk is van spreken. Het gezamenlijk bespreken van iemands overwegingen en overtuigingen biedt namelijk de unieke mogelijkheid om deze grondig te onderzoeken. Geen intern bijschaven en herleggen van bestaande routes, maar de mogelijkheid om in het licht van andere zienswijzen gedachten volledig te herzien, te verstevigen en te laten ontstaan.

Beschouwburg over armoede in Eindhoven

Zoals in het boek ‘Publieke Bezinning’ omschreven staat, is de Beschouwburg een gespreksvorm die tot doel heeft een maatschappelijk gesprek tegelijkertijd te voeren en aan te wakkeren. Het voedt het gesprek binnen de gemeenschap zonder direct de kwestie in de sfeer van oplossing en beleidsvorming te dwingen.

Vorig jaar vond de allereerste Beschouwburg plaats. Het thema luidde: ‘Armoede in Eindhoven’. Hoewel het een geslaagde avond was, waren er geen toeschouwers. Sterker nog, het was een succes vanwege het gebrek aan toeschouwers. In de Beschouwburg wordt het publiek immers gevraagd niet te aanschouwen maar actief mee te denken en zich uit te spreken. Het in Eindhoven aanwezige publiek, zo’n 50 man, werd betrokken zodat de vertoonde verhalen niet onbevraagd in de donkere zaal zouden blijven hangen.

Ook al is Eindhoven een welvarende stad, waar veel innovatieve kracht vanuit gaat, zijn er 12.000 huishoudens die op de grens van armoede leven. Tijdens de Beschouwburg werden de verschillende kanten van dit thema belicht. In drie aktes kwamen drie verschillende verhalen aan bod. Het verhaal van de ambtenaar van de Gemeente Eindhoven – specialist inkomen. Het perspectief van een bijstandsmoeder, en die van een hulpverlener die keukentafelgesprekken voert.

Alle drie zitten ze met de gespreksleider op het podium, en vertellen ze over de dilemma’s die elk van hen kent. Wat voelde je, wat dacht je, wat deed je toen je geconfronteerd werd met dit dilemma? In het daarop volgende gesprek, waarin het publiek meesprak, kwam naar voren dat hulpverlening niet een eenzijdig verlenen van assistentie is. De hulpverlener en de hulpbehoevende staan vaak voor lastige keuzes in het vormgeven van hun relatie met elkaar.

Tussen de bedrijven door zorgden twee acteurs voor een verhelderende opmaat en krachtige theatrale intermezzo’s. Op humorvolle wijze werd er achtergrondinformatie verstrekt, en een omschrijving van Murphy’s Law gaf mooi weer hoe mensen soms op onvoorspelbare wijze in tragische situaties terecht kunnen komen.

De kracht van de Beschouwburg bleek het gezamenlijk onderzoek. Hoe vaak wordt er nog samen nagedacht zonder dat dit eindigt in enkel een inventarisatie van meningen, of in een besluit van hogerhand? Het moeten verplaatsen in de indringende ervaringen van de ander kweekte begrip maar riep ook vragen op. Wanneer stop je als hulpverlener met proberen? Hoe ziet een gezonde relatie tussen inwoner en gemeente er eigenlijk uit?

Uiteindelijk werden alle aanwezigen gevraagd om in een paar zinnen de essentie van de avond te vatten. Dit werd er onder andere geschreven:

‘Waar ligt de grens of het evenwicht tussen autonomie en afhankelijkheid? Hoe verlenen we hulp zonder waardigheid af te nemen?’

‘Armoede slaat terug op persoon en samenleving. Relatie vormgeven is sleutel. Voorbij de regels gaan draagt substantieel bij. Een hulpverlener is ook hulpbehoevend.’

Kortom, laat toeschouwers beschouwen en het gesprek na afloop gaat niet over dat wat men zag, maar over dat wat men daarvan denkt.

Reflectie bij de NVTZ

Erik Boers was betrokken bij het samenstellen van een reflectiegids voor de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorg en Welzijn. Hieronder leest u een deel van de tekst uit deze gids.

Reflectie ontstaat niet vanzelf. Reflectie is een keuze, een bewuste stap terug doen uit de waan van de dag om het eigen handelen tegen het licht te houden. Voorwaarde om dat te kunnen doen is ruimte creëren. Ruimte, waarin toezichthouders tijdelijk hun strategische houding afleggen, afstand nemen van hun vaststaande doelen en loskomen van het denken in problemen en oplossingen.

Alles bevragen, niets voor lief nemen, afstand nemen van ingesleten vergaderpatronen. Denk aan het essay van schrijver Abdelkader Benali, waarin deze verslag doet van zijn eerste vergadering ooit in Nederland. Benali schrijft: “Ik herinner me mijn eerste vergadering nog goed. De energie die ik ’s ochtends nog in ruime mate had, vloeide definitief weg
toen we na agendapunt ‘De Verbouwing’, agendapunt ‘De Verbouwing deel 2’, agendapunt ‘De Afvloeiïngsregeling’ en agendapunt ‘Het Lekke Dak’ we uiteindelijk aankwamen bij het belangrijkste vergaderpunt in de geschiedenis van het besturen: de jaarcijfers”.

Boers vindt het een prachtige passage: ‘Benali beschrijft hoe vastgeroest we in onze vergadercultuur kunnen zitten. Dat geldt ook voor Raden van Toezicht. Wees je bewust van ingesleten denk- en doepatronen. Maak ruimte om weer samen na te denken, en samen goed toezicht te houden.’ Wie ruimte maakt voor reflectie, maakt ruimte om geraakt te worden.