Beschouwburg over armoede in Eindhoven

Zoals in het boek ‘Publieke Bezinning’ omschreven staat, is de Beschouwburg een gespreksvorm die tot doel heeft een maatschappelijk gesprek tegelijkertijd te voeren en aan te wakkeren. Het voedt het gesprek binnen de gemeenschap zonder direct de kwestie in de sfeer van oplossing en beleidsvorming te dwingen.

Vorig jaar vond de allereerste Beschouwburg plaats. Het thema luidde: ‘Armoede in Eindhoven’. Hoewel het een geslaagde avond was, waren er geen toeschouwers. Sterker nog, het was een succes vanwege het gebrek aan toeschouwers. In de Beschouwburg wordt het publiek immers gevraagd niet te aanschouwen maar actief mee te denken en zich uit te spreken. Het in Eindhoven aanwezige publiek, zo’n 50 man, werd betrokken zodat de vertoonde verhalen niet onbevraagd in de donkere zaal zouden blijven hangen.

Ook al is Eindhoven een welvarende stad, waar veel innovatieve kracht vanuit gaat, zijn er 12.000 huishoudens die op de grens van armoede leven. Tijdens de Beschouwburg werden de verschillende kanten van dit thema belicht. In drie aktes kwamen drie verschillende verhalen aan bod. Het verhaal van de ambtenaar van de Gemeente Eindhoven – specialist inkomen. Het perspectief van een bijstandsmoeder, en die van een hulpverlener die keukentafelgesprekken voert.

Alle drie zitten ze met de gespreksleider op het podium, en vertellen ze over de dilemma’s die elk van hen kent. Wat voelde je, wat dacht je, wat deed je toen je geconfronteerd werd met dit dilemma? In het daarop volgende gesprek, waarin het publiek meesprak, kwam naar voren dat hulpverlening niet een eenzijdig verlenen van assistentie is. De hulpverlener en de hulpbehoevende staan vaak voor lastige keuzes in het vormgeven van hun relatie met elkaar.

Tussen de bedrijven door zorgden twee acteurs voor een verhelderende opmaat en krachtige theatrale intermezzo’s. Op humorvolle wijze werd er achtergrondinformatie verstrekt, en een omschrijving van Murphy’s Law gaf mooi weer hoe mensen soms op onvoorspelbare wijze in tragische situaties terecht kunnen komen.

De kracht van de Beschouwburg bleek het gezamenlijk onderzoek. Hoe vaak wordt er nog samen nagedacht zonder dat dit eindigt in enkel een inventarisatie van meningen, of in een besluit van hogerhand? Het moeten verplaatsen in de indringende ervaringen van de ander kweekte begrip maar riep ook vragen op. Wanneer stop je als hulpverlener met proberen? Hoe ziet een gezonde relatie tussen inwoner en gemeente er eigenlijk uit?

Uiteindelijk werden alle aanwezigen gevraagd om in een paar zinnen de essentie van de avond te vatten. Dit werd er onder andere geschreven:

‘Waar ligt de grens of het evenwicht tussen autonomie en afhankelijkheid? Hoe verlenen we hulp zonder waardigheid af te nemen?’

‘Armoede slaat terug op persoon en samenleving. Relatie vormgeven is sleutel. Voorbij de regels gaan draagt substantieel bij. Een hulpverlener is ook hulpbehoevend.’

Kortom, laat toeschouwers beschouwen en het gesprek na afloop gaat niet over dat wat men zag, maar over dat wat men daarvan denkt.